We lezen elke dag voor op de peutergroep. Dat doen we samen in een kleine groep of één op één. Iedere peutergroep heeft een eigen voorleeshoek. De voorleesmomenten zijn knus en gezellig, waarbij we samen met de kinderen het boek ontdekken. We bekijken de kaft, lezen voor, laten de kinderen de plaatjes zien en praten over het verhaal. Dit noemen we interactief voorlezen. Eigenlijk maakt het helemaal niet uit of het boek uiteindelijk uitgelezen wordt. Het gaat erom dat de kinderen op een leuke en ontspannen manier met taal bezig zijn. Door vragen te stellen, dagen we de kinderen uit om zelf te vertellen en prikkelen we hun fantasie. Ook laten we de kinderen de letters zien. Zo leren ze dat er letters, woorden en zinnen bestaan.
We stimuleren de taalontwikkeling van peuters op diverse manieren. Dit doen we via het landelijke programma BoekStart, met pedagogisch professionals die zijn opgeleid tot voorleescoördinator, een nauwe samenwerking met de bibliotheek en het actief betrekken van ouders.
Bij elk thema kiezen we nieuwe, actuele en aansprekende boeken. Die lezen we bewust meerdere keren voor, want de kracht zit hem in de herhaling. Daardoor leren de kinderen nieuwe woorden herkennen en begrijpen en krijgen ze de betekenis van het verhaal door. We laten de oudste peuters het verhaal zelf vertellen. Ook richten we de voorleeshoeken themagericht in, zodat de kinderen het verhaal kunnen naspelen.
Op de peutergroep hebben we verschillende middelen om voorlezen nóg leuker te maken. Denk aan het kamishibai-vertelkastje, digitale prentenboeken en knieboeken. Een knieboek heeft aan de ene kant plaatjes en aan de andere kant tekst. De kinderen kunnen daardoor goed de plaatjes zien en daarop reageren. Ook maken we gebruik van vertelkoffers met voorwerpen uit het boek, zoals een tractor en een koe. Oudere kinderen vinden het vaak erg leuk om daarmee het verhaal na te spelen. Zo komt het boek tot leven!
